Medisch Dossier

Vacht

Heilige Birmanen zijn halflangharige katten. Hun vacht klit niet snel samen (bij katers sneller dan bij poezen) en vergt niet zoveel verzorging als bij langharigen. Een wekelijkse kambeurt volstaat dus.

Voeding

Qua eten is het aangeraden om kwaliteitsdroogvoer te geven in combinatie met verse voeding en natvoer. Een stukje gekookt kippenwit vinden ze fantastisch!!

Inentingen

Jaarlijks moeten katjes ingeënt worden tegen kattenleucose en kattenziekte en niesziekte. Ook moeten ze herhaaldelijk behandeld worden tegen wormpjes en vlooien. Zelfs als je kat niet buitenkomt is dit wel nodig, omdat vlooien ook binnenshuis kunnen overleven.
Met het houden van katten in een cattery komt héél wat meer kijken dan enkel een inenting voor kattenleucose (Felv), kattenziekte en niesziekte. Er zijn nog voorkomende ziekten waar men rekening mee moet houden, zeker als er verschillende katten bij elkaar wonen. Eén van deze ziekten is FIP of Buikvliesontsteking. Onder experts bestaat er echter nog steeds discussie over de effectiviteit van het bestaande vaccin tegen FIP.

Testen

Katten waarmee gefokt wordt, moeten getest worden op de erfelijke aandoeningen HCM en PKD. HCM is een hartkwaal, en PKD zijn niercysten. Katten die positief zijn bevonden moeten onder alle omstandigheden weerhouden worden van voortplanting. Deze twee aandoeningen kunnen getest worden vanaf een leeftijd van 12 maanden.

Wanneer een poes op dek gaat bij de kater, moet ze ook getest worden op Kattenaids en Kattenleucose. Aids is een ziekte die ook bij katten kan voorkomen. Het tast het immuunsysteem aan, en er bestaat geen vaccin voor. Daarom is het belangrijk deze ziekte te laten testen. Voor leucose bestaat een vaccin. Alvorens een kat wordt ingeënt tegen leucose, wordt ze eerst getest op de ziekte. Zo weet men of de antistoffen die bij een latere bloedtest bevonden worden van de ziekte is of van het vaccin. Via de moderne bloedtesten kan men bij een leucosetest wel al een onderscheid maken tussen de antistoffen van een vaccin en de antistoffen van de ziekte.

Er bestaat ook een test om FIP te testen. Er is echter één probleem. Deze test maakt geen onderscheid tussen het Coronavirus dat tot FIP kan muteren, en het FIP-virus zelf. Daarom is het volledig nutteloos om een FIP-test te laten uitvoeren op een gezonde kat, die geen symptomen van FIP vertoont. Men schat dat ongeveer 80 tot 90 % van alle katten dit coronavirus dragen. Zo zullen al deze katten positief op FIP testen, terwijl ze perfect gezond zijn. Men kan dan zien aan de waarden in het bloed dat dit enkel over het Coronavirus gaat, en niet over FIP.
Een FIP-test is dus enkel nodig wanneer een kat symptomen van FIP vertoond (opgezwollen buik, koorts, lusteloos,…), dan kan deze test bevestigen dat het FIP is. Het dragen van het Coronavirus is geen probleem, het kan na een tijd verdwijnen, slechts 13% van de katten met het virus dragen het de rest hun leven mee.

Elk levend wezen draagt tientallen virussen en bacteriën in zich die ervoor zorgen dat het immuunsysteem in werking blijft. Er bestaan verschillende vormen van het virus, en het kan in zeldzame omstandigheden muteren tot FIP, wanneer de kat onder extreem stressvolle omstandigheden leeft. Bijvoorbeeld in een overbevolkt huis wonen, ziekte, enz. En dan nog hangt het af van het systeem van kat tot kat.  Men beweert dat slechts 1 op 10 katten met het coronavirus ook daadwerkelijk FIP ontwikkelt.